Toespraak bij gelegenheid van het onthullen van het monument voor jonge verkeersslachtoffers op 10 april 2005.

Jan Boelhouwer, lid van de Tweede Kamer


Ik zat nog op de lagere school toen ik voor de eerste keer in mijn leven geconfronteerd werd met een jeugdig verkeersslachtoffer. .Ze had niet goed uitgekeken en moest daarvoor met haar leven de prijs betalen. was de conclusie van de onderwijzer van de zesde klas. Een zin van een oude wijze onderwijzer, zo plechtig uitgesproken dat die nu na 45 jaar nog steeds in mijn geheugen zit gebeiteld. We zijn met de klas nog naar de plek geweest waar het gebeurd was. Nadat er op dezelfde kruising in de loop van de jaren erna nog een paar slachtoffers waren gevallen, zijn er structurele maatregelen genomen: een paar zinloos verspilde mensenlevens te laat dus. Toen ik nog maar net studeerde overleed degene waar ik mijn hele middelbare schooltijd op school naast had gezeten. Vijf jaar lang vijf dagen per week, en dan ineens komt er een eind aan een jong en veelbelovend leven. Beide gebeurtenissen herinner ik me nog tot op de dag van vandaag. Het is nog maar sinds een paar jaar dat ik er .s nachts niet meer van wakker schrik. Of het aan mij ligt of niet, daarvan heb ik geen idee, maar ook de andere jeugdige verkeersslachtoffers die daarna nog in mijn familie- vrienden- en kennissenkring vielen kan ik mij uitstekend voor de geest halen.

Ieder weekend fiets ik op mijn racefiets door Brabant. Om de zoveel kilometer word ik geconfronteerd met het ergs dat er is gebeurd. Er brandt een kaarsje, er hangt een fotootje aan een boom, verse viooltjes met een klein kruis in de berm, enzovoorts. Eens in de zoveel tijd komt er een nieuwe plek bij, die je dan in de loop der jaren ziet veranderen. Eerst de verse bloemen, vaak nog in de plastic verpakking, speelgoed beestjes, tekeningen en briefjes met wanhopige teksten van vrienden ernaast. Na verloop van tijd verandert de plek, maar de behoefte om iets te hebben waar een herinnering levend kan blijven, is enorm. Er zijn welhaast ontelbare plekken in Brabant waar op deze wijze herdacht wordt en waar mensen nieuwe hoop proberen te putten uit de fatale ramp die zich zo plotseling in hun leven ooit voltrok.

Het is een fantastisch idee om al die relatief kleine krachten te bundelen en op die manier meer kracht en meer macht te krijgen. Een monument ter herdenking van al die jeugdigen die slachtoffer werden in het verkeer bundelt al die kleine krachten en moet leiden tot collectieve bezinning en collectieve bewustwording van de noodzaak daadwerkelijk iets te doen. Daar is deze plek voor. En ik hoop dat hierdoor een begin kan worden gemaakt met een jaarlijks moment van collectieve bezinning in Brabant. Wat zou het mooi zijn als onze commissaris van de koningin, die gelukkig ook lid is van het comite van aanbeveling, het voor elkaar kan krijgen dat er jaarlijks op een dag in Brabant even stil gestaan kan worden bij de zo talrijke jeugdige Brabantse slachtoffers. Al wordt daar maar een keer per jaar het moment van stilte voor gebruikt dat de Provinciale Staten in acht nemen bij het begin van iedere Statenvergadering. Een klein gebaar met grote gevolgen. Dat moet wat mij betreft dit monument zijn. Ik wens ons allen toe dat we vandaag aan het begin staan van iets dat ons een berustende rust kan geven en dat in ons bewustzijn, in ons denken en in ons doen uitgroeit tot bezinning en preventie.

Ik dank u wel.